Geffen een dorp uit het Maasland

 

Voor het Eerst

 Uit archeologisch onderzoek op diverse plaatsen in de regio is gebleken dat de streek al voor de steentijd dus voor 2000 voor Christus, wordt bewoond.

Geffen komt voor het eerst voor in een oorkonde van 27 mei 1246 waarin wordt beves­tigd, dat de Bosschenaar Gozewijn Kok landerijen in leen heeft "in Geffen" In de tijd van 1200 tot 1300 duiken de namen van bijna alle dorpen in het maasland op.

 

Het Gement

 Het lijkt er op, dat Hertog Jan II bij het uitgeven van de gements in het Maasland van oost naar west werkte. In 1286 kregen de inwo­ners van Oss en Berghem hun gement, die zich uitstrekte "van de grenzen van Geffen tot aan de grenzen van Herpen". Op 1 october 1298 was Geffen aan de beurt. Het gebruiksrecht van de gement kostte de inwoners onder andere een jaarlijkse cijns of pacht van drie pond Leuvens, welke betaald moest worden daags na het feest van Sint Willibrordus (8 november) op het plaatselijke kerkhof.

Er was toen dus blijkbaar een kerk in Geffen.

 

Schepenen

In 1303 wordt in een oorkonde gesproken van gronden "in Geiffen", gelegen binnen het gebied waar hendrik van Nuland, ridder "in Geiffen", het voor het zeggen heeft. Verder blijkt heer Jan Cors, ridder, nauw betrokken te zijn bij de verdeling van de Geffense gement in 1356. Of het hier wel gaat om kortlopende zaken, is onduidelijk. Het feit is wel, dat vanaf 1364 het overheidsgezag en enkele andere rechten in Geffen in handen zijn van enkele families, die zich "heer" of "vrouwe" van Geffen gaan noemen.

In 1445 zwaait de Bossche schepen Peter van Best Godertszoon samen met zijn vrouw, Margriet van Nuwelant, er de scepter. Onder hun bewind wordt dat jaar de Geffense Schepenenbank in gesteld.

  

De Kerk

 De Geffense kerk moet oorspronkelijk een bescheiden gebouw zijn geweest, wellicht toegewijd aan de abt Trudo. Omstreeks 1450 werd het vervangen door de gotische kerk die er nu in grote lijnen nog staat. Tussen 1497 en 1512 zijn er veel kerken en dorpen door vlammen tijdens oorlogsgeweld verloren gegaan. De inkomsten van het Bossche kapittel van de Geffense paro­chie bedroeg in die tijd 60 mud rogge per jaar. De pastoor heeft recht op 10 mud rogge per jaar en is dan verplicht om drie miseen per week te doen. De kerk bevat na de herbouw omstreeks 1530 drie altaren.

  

De Opstand

 Van 1568 tot 1648 werd er met tussenpozen strijd geleverd tussen een aantal Nederlandse gewesten en de Spaanse Koning, tegen wie ze in opstand waren gekomen. Brabant was vaak frontgebied en menigmaal het het Maasland zwaar onder het geweld van de spaanse en Staatstroepen te lijden. In de oudste dorpsrekeningen van Geffen omstreeks 1600 is sprake van gedwonge leveranties van vee, voedsel, drank en andere goederen aan militairen die al dan niet in het dorp waren ingekwar­tierd.

 

 

 

 

Raadkamer

 

In de achtiende eeuw is in Nuland en Geffen voor het eerst sprake van een speciale ruimte voor het dorps bestuur. Zo ontvangt Jan Dirck Crijnen in october 1716 van het Nulandse corpus drie gulden en een stuiver wegens hout en torff in de raetcaemer gelevert in den jaere 1714. jaren later blijkt, dat die raadkamer zich bevindt in of tegen de dorpskerk aan. hier werdt in een kast ook het archivief bewaard. Deze situatie is tot de negentiende eeuw gebleven.

 

Somber beeld

 

In 1794 komt in opdracht van de Staten - Generaal de Beschreeve staat der Meijerij gereed, het beeld dat daarin wordt gegeven van Geffen en Nuland is niet pwekkend.

Giffen deeze heerlijkheid is niet geleegen tot de koophandel, endezelve wordt er ook niet gedreven, en aldaar is ook geen transis­toir (doorgaande weg). Er is een brouwerije, voorheen drie: de reden van verval zijn de meerder opgekomen brouwerijen in naburige plaat­zen en de verslegting meer en meer, en onbruikbaarheid der wegen na de maaskant. De neering en de handteering der ingeseetenen bestaat in den landbouw, behalven nog twee broodbakkers, twee smeeden, drie timmerlieden, een metzelaar, een molenaar, en een olymolenaar, een slagter, drie kleermakers, twee schoenmakers, drie winkeliers meest tot gerief der ingeseetenen. Er zijn agt tappers en herbergiers.

De teullanden zijn aan de zuidzijde zeer zandig en leeveren weinig graanen, ook meest ver van de huizen afgeleegen.

Aan de noordzijde laag, koomende dikwils onder water, zoo dat de graanen daarop dikwils bederven. De weylanden gedeeltelijk schraal, veel biesen, weinig gras, ook niet veel, zoodat het derde van de plaats hun vee op het gemeentes broek of Vinkel (30 min ten zuiden van giffen) zijnde veel heygrond, moeten laten weyden.

 

Aantal huizen        in 1736      147

             in 1791      153

                     leeg 2

Aantal inwoners 1791 827.

 

Wapen

 Evenals de meeste andere gemeenten namen Geffen en Nuland in deze perioden een wapen in gebruik. Het Nulandse wapen, dat sedert 1817 steeds van kracht is gebleven, toont de bataafse vrijheidsmaagd.

De gemeente Geffen heeft zijn wapen na een grondig historisch onderzoek in 1985 laten wijzigen. Maar gebleven is de beeltenis van Maria Magdalena, patrones van Geffen.

 

 

 

Maasdonk

 

Geffen is zo als we nu weten ondertussen samen gegaan met gemeente Nuland en samen dragen zij de naam Maasdonk.

Dit is met 1 Januari 1993 van kracht geworden, en daardoor is dan ook het nieuwe wapen van Maasdonk gekomen zo als hiernaast te zien.

  

Een korte geschiedenis van Geffen, samengevat uit "Waar land en water elkaar ontmoeten.... Drs.H.G.J.Buijks"