Helenaveen

 

De gebroeders van de Griendt kopen in 1852 van de gemeenten Deurne 610 ha hoogveen in het meest afgelegen deel van de gemeenten. In 1853 legt de maatschappij Helenaveen (opgericht voor de vervening) de Helenavaart aan, genoemd naar de echtgenote van Jan van de Griendt, Helena Paris. Haat naam vinden we ook terug in de naam van de toenmalige veenkolonie. Via de noordervaart werd Helenaveen verbonden met de Zuid Willemsvaart. In 1866 bereikte de Helenavaart de spoorlijn Deurne – Venlo (ca 1880 werd een smalspoorverbinding aangelegd tussen Helenaveen en de Halte, in 1891 gevolgd door een postkoets verbinding). De vervening starte in de zuidoosthoek. Tegelijkertijd ontstond Helenaveen: de eerste bebouwing bestond uit zeven stenen huizen voor directie en opzichters en een aantal rieten hutten voor arbeiders die bijna alle afkomstig waren uit het noorden des lands. In 1857 betrok rector Martinus Nuyts de rk pastorie annex noodkerk. In 1876 werd voor de protestante arbeiders een kerk met huis voor de predikant en een zondagsschool gebouwd. Aan het einde van de tweede wereld oorlog werd deze verwoest door de wegtrekkende duitse bezetters. In 1950 volgde nieuwbouw. Jan van de Griendt legde de veenkolonie een stakke organisatie op. Dit is ondermeer te zien aan de systematische wijze van de aanleg der wegen op de blokswijze afgergraven veenpercelen en de wijze waarop het kanaal en de zijkanalen (wijken of wieken) werden gegraven. Daarnaast hield van Griendt streng de hand aan de periode waarin turf werd gestoken: einde Maart tot 29 Juni. Ging men langer door dan droogde de turf niet meer voor de winter. De turffabrikant bepaalde tevens dat langs alle wegen dezelfde beplanting diende te komen de eik. In 1864 krijgt Helenaveen zijn eerste school voor de snel groeiende kinder schare. In 1874 telde Helenaveen reeds 432 inwoners en 74 panden. Meer en meer bouwden men nu ook voor de arbeiders kleine stenen huizen. Vanaf 1876 gaat de gemeente Deurne die inmiddels ontdekt heeft dat " het vreemt stuck lants" (historieschrijver van Oudenhoven in 1670 over de Peel) wel degelijk veel oplevert een eigen kanaal van Deurne graven en een eigen turfstrooisel-fabriek oprichten. Tussen 1890 en 1895 is het een drukte van belang bij station Halte: treinen rijden af en aan en vervoeren de veenproducten die hun bestemming vinden in o.a. Londen en Parijs. De Halte (geopend in 1881 ) was jarenlang het drukste overslag station van staats-spoorwege. Voor de tweede wereld oorlog uitbrak is de Halte gesloten wegens het stop zetten van de vervening. De maatschappij Helenaveen had de afgegraven grond geschikt laten maken voor tuinbouw en gaf stukken grond in pacht aan zijn arbeiders en aan uit Gelderland en het westen des lands komende tabaksplanters en tuinders. In 1904 was reeds 101 ha tuinbouwgrond in gebruik voor eigen teeld en de handel. In 1915 stopte men de winning van turf (opkomst van olie en kolen). De landbouwgronden werden ontwaterd en met behulp van koningklijke steun (het Willem III fonds) werden grote pachthoeve langs de Helenavaart opgetrokken. Tevens nam de tuinbouw een grote vlucht. Helaas is van de oorspronkelijke bouw van Helenaveen weinig bewaard gebleven. Oorlogsschade en goedkope materialen zijn hier debet aan. De oorspronkelijke ruimtelijke structuur en grote delen van de bebouwing , gerealiseerd na de ontginning van de veenkolonie, zijn echter gespaard gebleven. Ken-merkend voor deze structuur is de centrale ligging van alle voorzieningen: kerken, scholen, werk en wonen vond (en vindt men in nog niet onaanzienlijke maten) aan de Helenavaart. Helenaveen is, met het beschermde dorpsgezicht, heden ten dage noch een typisch voorbeeld van veenkoloniale ontwikkeling uit de vorige eeuw.

 

 

 

Bron: VVV Stichting Promotion Deurne.