H
elmond, zijn Kasteel en zijn GeschiedenisWie momenteel als vreemdeling in het moderne Helmond komt, ziet niet meteen dat deze stad op een lange geschiedenis kan bogen. Het imposante kasteel in het centrum van de stad is een van de weinige aanwijzingen voor een roemrucht middeleeuws verleden. Gebouwd rond 1400 heeft deze trotse burcht overigens een voorganger gehad uit een nog veel oudere tijd, het zogenaamde "Oude Huijs", dat ooit de woning van een keizerin van het Heilige Roomse Rijk is geweest. Tot voor kort was niet bekend waar dit fameuze oude kasteel gestaan heeft, al waren er wel aanwijzingen dat dit ergens ten westen van het "nieuwe " kasteel moest zijn.
Pas in 1981 kwamen, er tijdens de sloop van een oude textielfabriek nabij de Zuid
Willemsvaart, de resten van deze vroeg - middeleeuwse burcht te voorschijn Eerst werden voorwerpen gevonden sieraden, gebruiksvoorwerpen. schoeisel en veel aardewerk. Daarna stootten de archeologen op de restanten van het kasteel zelf met name overblijfsels van zware houtconstructies en daarnaast ook funderingen van een imposante stenen woontoren.
Het oudste Helmond
Zoals vaker gaven de vondsten aanleiding tot veel nieuwe vragen Zo was het niet duidelijk wanneer dit oudste Helmondse kasteel gebouwd moest zijn Wel kwam men tot de conclusie dat de oudste delen van de burcht zeker uit de tweede helft van de twaalfde eeuw moesten dateren Dit klopte heel aardig met wat uit andere bronnen over de oudste Helmondse geschiedenis bekend was. Want ergens in de twaalfde eeuw het moet voor 1179 zijn geweest schonk een zekere Stephanus zijn hoeve in Helmond aan de rijke Norbertijner abdij van
Floreffe in de Ardennen Hij schonk behalve de hoeve ook al het bijbehorende land gelegen in De Hage in het huidige Helmond West Deze hoeve moet een soort centrum geweest zijn van waaruit Stephanus zijn landerijen bestuurde. Waarschijnlijk had Stephanus die hoeve niet meer nodig omdat het kasteel dat rond die tijd gebouwd moet zijn die functie had overgenomen Het waren de resten van dit kasteel die de archeologen 1981 hadden aangetroffen. Hoe het verder met de bewoning van het gebied rond het kasteel stond is niet geheel duidelijk Wel is zeker dat er in De Hage, rond de hoeve die Stephanus in de 12e eeuw wegschonk, al voor het jaar 1000 een nederzetting moet zijn geweest die deel uitmaakte van een groter domeingebied dat later uitgroeide tot een heerlijkheid.
Stadsrechten
Het beste middel, afgezien van een militaire bezetting om dit strategische gebied vast in handen te houden, was de streek economisch tot bloei te brengen en zo aan zich te binden Dat gebeurde in die tijd meestal door het verlenen van privileges en voorrechten die handel en bedrijvigheid en daarmee de welvaart deden toenemen. Het verlenen van stadsrecheten aan plaatsen die het in zich hadder uit te groeien tot welvarende steden was daar in de regel een onderdeel van. Dit gebeurde ook in Helmond, waarschijnlijk rond het jaar 1232.
Maria van Brabant
Na de dood van hertog Hendrik I in 1235 werd zijn dochter Maria van Brabant vrouwe van Helmond. Maria had, toen zij op het "Oude Huijs" haar intrek nam, al een veelbewogen leven achter zich. In 1198 als aichtjarig meisje verloofd met niemand minder dan keizer Otto IV van het grote Duitse rijk (het zogenaamde Heilige Roomse Rijk), was zij in 1214 met hem qetrouwd. In hetzelfde jaar verloor Otto na een vernietigende nederIaag, zijn kroon echter aan zijn grote tegenstrever Frederik II van Hohenstaufen. In 1218 overleed de ex-keizer, voIle-dig gedesillusioneerd en krankzinnig geworden. Twee jaar later werd Maria opnieuw uitqehuwelijkt, nu aan graaf Willem I van Holland die echter na een kruistocht reeds in 1222 stierf. Vanaf die tijd woonde de tweevoudige weduwe beurtelings in haar huis in Diest en op het "Oude Huijs' in Helmond.
Klooster Binderen
Over de stichting van het middeleeuwse klooster Binderen zi,jn verschillende legenden bekend. Zo werd verteld dat Maria van Brabant eens op een mooie dag met haar ridders uit jagen ging en op een gegeven moment met haar page afdwaalde. Plotseling werd de grond zacht en moerassig en dreigde de ex-keizerin weg te zakken in het veen. "0 God", riep ze toen, 'Wees mij genadig, verlos mij uit deze nood. O God, 'k binder in!
Toen niemand haar leek to horen, beloofde zij aan de Hellige Maagd Maria dat zij op deze plek een klooster zou bouwen Voor reine maagden uit adellijk geslacht" als zij gered zou worden. En platsellng werd de aarde weer vast en hard en kon zij met haar page weer verder
Toen het klooster daadwerkelijk gebouwd moest worden bleek dat veel moeilijker dan men dacht. De moerassige grond was duidelijk niet geschikt Maria besloot toen zelf aan de Heilige Maagd te vragen wat de beste p1ek was.
Op een avond terwijl zij aan het bidden was, keek zij vanuit het raam van haar kasteel neer op een hoog veld bij de rivier de Aa, dat bijna geheel door de rivier werd omsloten. Plotseling verstarde zij, want ineens zag ze op die plaats 24 Cisterciënzer-nonnon in wit habijt die met 6 jonkvrouwen Iangzaam om de hoogte heen liepen. De Heilige Maagd had zelf de p1ek aangegeven waar gebouwd moest worden. Toen het klooster klaar was, noemde Maria het als herinnering aan haar angstig avontuur "Bin-der-in" Binderen...
Klein stadje met pretenties
Na de dood van Maria van Brabant in 1260 kwam Helmond en naaste omgeving weer rechtstreeks onder de hertog. Maar niet voor lang, want in 1314 gaf hertog Jan II de heerlijkheid Helmond in leen aan Jan Berthout van Borlaer in ruil voor enige bezittingen in Lier. Dit betekende dat de laatste namens de hertog de stad en de naaste omgeving mocht besturen als heer en ook de inkomsten daarvan mocht houden. Voor Jan Berthout was het een voordelige ruil, aangezien Helmond belangrijker was en veel
Stadsomwalling
De Berthouts van Berlaer bleken een goede keus. Het kasteel, nog steeds het "Oude Huijs", word versterkt met een grote stenen woontoren en er word begonnen met een stenen muur rond de stad. Circa 1400 word aan de overzijde van de Aa een geheel nieuwe, voor die tijd ultramoderne burcht gebouwd, die een geheel ging vormen met de stadsomwalling. Hoewel deze oude stadswallen al lang verdwenen zijn, leven zo nog steeds voort in de namen Noord en Zuid Koninginnewal, Ameidewal en Watermolenwal. De stad word verder omgeven door de stadsgracht of Ameide die zijn water kreeg uit de Aa. Ook de gracht van het nieuwe kasteel wordt gevoed door het water uit de Aa. De Aa zelf stroomde dwars door de stad, daar waar nu het straatje met de naam Oude Aa ligt.
Economisch centrum
Ook economisch ging het goed. Handel en nijverheid bloeiden. Een bewijs daarvoor is dat in 1376 door hertogin Johanna van Brabant toestemming gegeven word om drie keer per jaar een grote jaarmarkt te houden, waar kooplieden van heinde en verre hun koopwaar konden komen aanbieden. Ook mocht elke week een weekmarkt gehouden worden. Deze laatste was meer bestemd voor de dagelijkse dingen. Boeren uit de omgeving kwamen er hun produkten verkopen of ruilen tegen spullen uit de stad. Daarmee word Helmond het economisch centrum van do streek. Overigens beperkte de Helmondse handel zich niet tot de stad en de naaste omgeving. Helmondse kooplieden reisden in de veertiende eeuw door heel Brabant en waren onder meer te vindoen op de marktoen van 's-Hertogenbosch, Bergen op Zoom, Turnhout en Antwerpen. Hier verkochten ze de Helmondse produkten, met name wollen en waarschijnlijk ook reeds linnen stoften.
Bloei van gilden
Dat Helmond al een echt centrum was geworden, ook van nijverheid, blijkt uit het ontstaan en de bloei van de gilden. Op echt stedelijko wijze organiseerden de in de stad werkzame ambachtslieden zich in een zevental gilden die in 1389 van de toonmalige heer, Jan III van Berlaer, een reglement kregen, waardoor ze als het ware officieel erkend werden. De dekens (de leiders) ervan kregen zelfs zitting in het stadsbestuur zodat de gilden behalve oconomische ook politieke macht kregen.
Eigen stadsbestuur
Een ander aspect van Helmond dan stad was haar bestuurlijke autonomie. Middeleeuwse steden hadden een eigen stadsbestuur en konden in hoge mate zelf hun zaken regelen. Ook in het veertiende en vijftiende eeuwse Helmond is dit het geval geweest, al moet hierbij wel de kanttekening worden geplaatst dat het Helmondse stadsbestuur er nimmer in is geslaagd zich helemaal te onttrekken aan de invloed van de heer. Zo behield de laatste tot 1795 de bevoegdheid de belangrijkste bestuurders te benoemen. Ook bleef het aantal inwoners erg laag.
De naam Helmond
Do betekenis van de naam Helmond ligt ergons in het grijze verleden verborgen. Er is ook veel over gespeculeerd. Zo heeft men wel eens gedacht dat "hel" te maken had met de oude Germaanse godin Holda, vrouw Holle in het bekende sprookje, de godin van de onderwereld, van de hel dus. Mond zou versterkte plaats kunnen betekenen, zodat Helmond "versterkte plaats, gewijd aan de godin Holda en haar rijk (de hel)" zou betekenen. In verband hiermee dacht men ook aan de heidense kattenverering. Zo zou dan ook te verklaren zijn dat Helmanders in het verleden uitgemaakt worden voor kattenmeppers, en ook het Helmandse gezegde "Kie kie, de kat zit op den torre en kiekt heel Helmond deur", zou daar dan mee samenhangen. Tegenwoordig wordt hel wat een voudiger venklaard met laaggelegen plaats (zoals men trouwens ook de hel en het dodenrijk als Iaaggelegen situeerde). De betekenis van Helmond wordt dan Iaaggelegen versterkte plaats, wat een exacte omschrijving is van de ligging van het oudste Helmond, met name van de oudste burcht.
Het gras groeide op de markt
Helmond bleef dus trouw aan de koning. De stad moest wel toestaan dat er een garnizoen binnen haar muren werd gelgerd om de verdediging te versterken, iets wat natuurlijk veel overlast gaf. Verder moest de stad herhaalde malen extra oorlogslasten betalen aan langskomende legereenheden. Deze eenheden, meestal onqedisciplineerde bendes trokken vergezeld. van vrouwen en kinderen paarden en andere beesten door het land akkers en weilanden verwoestend en dorpen platbrandend. Een stadje als Helmond was een gemakkelijke prooi. In de periode 1579 tot 1581 werd het tweemaal door de Staatsen, zoals de opstandelingen uit het Noorden genoemd werden, ingenomen, maar ook twee keer heroverd door de koningsgezinden. Alleen het kasteel bleef steeds in handen van de heer, Adolf van Cortonbach, die het als een leeuw verdedigde. Toch wist Adolf niet te voorkomen dat in 1587 Filips van Hohenlohe, een generaal in dienst van het Noorden, Helmond voor de derde keer innam en compleet in brand stak Praktisch de gehele stad word in de as gelegd. Overigens ontruimde Hohenlohe het verwoeste Helmond alweer tamelijk snel. Met de militaire betekenis van het stadje was het nu natuurlijk geheel gedaan. Alleen de burcht telde nog.
Veroveringen kasteel en stad
In 1592 deden troepen van prins Maurits een vergeefse poging het kasteel te veroveren. In 1602 probeerde hij het opnieuw en nu met succes. Na welgeteld een schot met zes kanonnen die geposteerd waren aan de westkant van de stad bij de Steenweg (een zogonaamd zesschot) gaf de bezetting zich over en kon Maurits zich meester maken van kasteel en stad. Maar na enig onderhandelen wist Philippine van Reuschenberg, op dat moment vrouwe van Helmond, van Maurits gedaan te krijgen dat deze het kasteel weer ontruimde in ruil voor de belofte neutraal te blijven. Hierna wisselden kasteel en stad nog enkele keren van bezetting, totdat na de verovering van 's-Hertogenbosch door prins Frederik Hendrik in 1629 de Staatse troepen in de Meierij de overhand kregen en het land met hun strooptochten onveilig maakten. Er moest toen dubbel belasting betaald worden: behalve aan de regering in Brussel, ook nog eens aan de Staten-Generaal in Den Haag.
De zwarte dood
Bij al deze ellende sloeg in deze fase van de oorlog ook nog eens de zogeheten zwarte dood toe. In 1636 wordt de stad getroffen door een hevige pestepidemie die wat er nog restte aan bedrijvigheid geheel stil zette. Veel burgers, vooral de wat meer bemiddelden, verlieten de stad en trokken naar andere streken, vooral naar Haarlem, waar van oudsher een belangrijke linnennijverheid bestond. In Helmond was niets meer te doen. het gras groeide er op de markt, zoals in een officiëlle verklaring uit dat jaar geschreven werd.
Protestanten in Sint Lambertus
Medio 1648 werd eindelijk de vrede gesloten tussen Spanje en de opstandige Nederlandse gewesten. Noord-Brabant. en daarmee ook Helmond, word een onderdeel van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Omdat het als veroverd gebied wordt boschouwd, word het rechtstreeks onder het bestuur geplaatst van de centrale regeringsinstanties. Of zoals men toen zei, de Generaliteit, in Den Haag. De Staten-Generaal oefende daarbij vooral deo wetgevende macht uit en maakte dus voorschriften en verordeningen. De Raad van State, een ander hoog bestuurslichaam, had het dagelijks bestuur en de Raad van Brabant, eveneens in Den Haag, de opperste rechtspraak.
Ontruiming Sint Lambertuskerk
Ook in Helmond word het oinde van de oorlog met grote feestelijkheden gevierd, de klokken luidden en er was een grote optocht door de stad. Maar, helaas, het bleef niet feestelijk. Al vrij snel worden de Helmonders geconfronteerd met het feit dat in de Republiek het calvinisme als de officiële, door de staat gesteunde godsdienst word beschouwd en dat het kathelicisme niet openlijk mocht worden beleden. Dit betekende dat de parechiekerk, de Sint Lambertus, door pastoor Petrus Willemaers moest worden ontruimd ten gunste van de slechts enkele tientallen protostanten die in Helmond woonden. In augustus wordt er een predikant benoemd, de in Arnhem geboren ds. Cornelius Costius, die onmiddellijk bezit nam van kerk en pastorie. Aan de pastoor wordt het verboden zijn kerkelijke functies uit te oefenen. Desondanks bleef hij regelmatig bij gelovigen thuis de Mis lezen, waarbij hij verschillende keren door soldaten werd overvallen. Toch wist de pastoor telkens de dans te ontspringen, totdat hij op pinksterdinsdag, 30 mei 1651, door de schout werd gevangengenomen. Een vermogend Helmonds burger stelde zich echter borg voor de boete die de pastoor zou kunnen krijgen, zodat Willemaers toch weer snel op vrije voeten was.
Het stadswapen
Vroeger toen veel mensen nog niet lezen en schrijven konden. Was het belangrijk door middel van een afbeelding te laten Zien van wie iets afkomstig was.
Dat gebeurde met een zegel als bekrachtiging van officële overeenkomsten of met een wapenschild waarop de eigen tekens in felle kleuren waren aangebracht.
Het oudste Helmondse stadszegel toonde aan de voorkant een pothelm met daarboven drie eiketakjes en een vogeltje.
De helm stelde de stad Helmond voor: de eiketakjes symboliseerden de stadsvrijheid en het vogeltje schijnt een middeleeuwse versiering Zonder bijzondere betekenis te zijn geweest Ook op de achterkant van de oude zegels stond iets: een boom met in een van de takken een wapenschild en daarop weer de boom.
Het latere gemeentewapen van Helmond is van dit oude zegel afgeleid. Alleen is de pothelm veranderd in een tournooihelm. De drie eiketakjes zijn gebleven en ook het vogeltje. Helm. eiketakjes en vogeltje zijn in zilver geplaatst op een rood veld.
Textielnijverheid bleef bewaard
Bij dit alles bleef Helmond een straatarme stad al kwam er toch iets wat op een zekere opleving leek. Veel Helmonders waren al voor 1648 naar Haarlem verhuisd om daar in de linnennijverheid hun brood te verdienen. De Hollandse stad was verre weg het belangrijkste centrum van linnennijverheid in de Nederlanden en stond bekend om zijn goede blekerijen. Al eerder hadden veel Helmondse linnenwevers daar hun stoffen laten bleken. Het was dus geen wonder dat de in Helmond blijvende linnenwevers zich wellicht noodgedwongen, op datzelfde Haarlem gingen oriënteren. In opdracht van kooplieden uit de Spaarnestad gingen ze de Haarlemse garens verwerken tot linnen stoffen die vervolgens weer naar het noorden werden gezonden om als Haarlems linnen te worden geëxporteerd. Zo worden de Helmondse linnerwevers weliswaar afhankelijk van Hollandse ondernemers, maar ze konden in elk geval aan het werk blijven en zorgden toch wel weer voor enige welvaart. Ook bleef zo de aloude traditie van de Helmondse textielnijverheid bewaard.
Woelige tijden
De jaren tachtig van de 18e eeuw waren in heel West-Europa een tijd van spanning en onrust. De oorzaken van die onrust waren zeer complex en vooral verschillend. Als voedingsbodem moet echter de ontwikkeling op geestelijk gebied genoemd worden die bekend staat als de "Verlichting". Moderne ideeën over het wezen van de mens als rationeel denkend wezen leidden overal tot de wens naar een andere, meer democratische regeringsvorm en tot grotere verdraagzaamheid, ook op godsdienstig gebied. In de Republiek der Verenigde Nederlanden ware het veelal de Patriatten die als voorstanders van deze gedachten deze probeerden uit te dragen in kranten, tijdschriften en leesgezelschappen. Zij organiseerden zich in "Vaderlandse Socieëteiten" en vooral ook in "exercitiegenootschappen", een soort Patriottische schutterijen. Ook in NoordBrabant waren veel Patriotten actief. Zij ageerden vooral tegen de ondergeschikte positie van het gewest als generaliteitsland, tegen de veelvuldige benoeming van niet-Brabanders op belangrijke posten en vooral ook tegen de achterstelling van de katholieken.
De beroemde zoon van een Houtse boer
Mierlo-Hout, in oude documenten ook wel "Helmonderhoudt~ of kortweg 't Hout genoemd, is altijd een klein plaatsje geweest
Wel heeft het in de 16e eeuw een beroemde telg grootgebracht, Willem van Enckevoirt de zoon van een Houtse landbouwer. Deze maakte na een succesvolle studie in Leuven carière in de kerk en werd in 1522 door paus Hadrianus VI tot bissehop van Fortosa (in Spanje) benoemd en later toat kardinaal. Hij was de vertrouweling van keizer Karel V, in wiens rijk de zon nooit onderging.
Willem vergat echter zijn geboorteplaats niet, maar stichtte er een "hospitale", een godshuis voor 12 arme oude vrouwen, dat al snel het Apostelhuis genoemd werd omdat het gesticht was ter ere van God en de twaalf apostelen. De Apostelhoeve bleef tot op de dag van vandaag bestaan als herinnering aan de Houtse kardinaal.
Patriottennest
Helmond gold in deze jaren als een waarachtig Patriottennest. Zo was er natuurlijk een Vaderlandse Sociëteit en een exercitiegenootschap van ongeveer twintig leden onder leiding van de advocaat Henricus van Moorsel. Wellicht werden deze Patriottische activiteiten ook enigszins in de hand gewerkt door het optreden van de nieuwe heer. Carel Frederik Wesselman, voormalig muntmeester van Utrecht, had in 1781 de heerlijkheid Helmond voor f 155.000 gekocht en was daarmee de eerste protostantse heer van Helmond geworden. Anders dan zijn adellijke voorgangers ging Wesselman op het kasteel wonen en zich intensief bemoeien met het bestuur van de stad. Het probleem was alleen dat de exmuntmeester tevens strikt wilde vasthouden aan allerlij oude, in de praktijk vaak vergeten heerlijke rechten en daarmee in botsing kwam met de meer democratisch gezinde patriotten die juist daar vanaf widen.
Visrecht
Een van die rechten waaraan Wesselman wenste vast te houden was het visrecht in de Helmondse wateren. In de praktijk lette niemand daar nog op en er werd dus gewoon gevist, ook zonder vergunning van de heer. Om zijn gezag te handhaven stelde Wesselman echter en aantal jagers aan om de oventreders te betrappen en ze nodig hardhandig te straffen.
De bom barstte op 26 mei 1785 toen een drietal Helmonders bij het vissen op de Aa werd betrapt. Er ontstond een vuurgevecht waarbij de jagers probeerden een van de drie, een zekere Diederik Huygens, dood te schieten. Huygens werd gewond, maar slaagde er toch in de jagers met de blote sabel te verjagen. Natuurlijk was Diederik nu de held van de dag. Niet tevreden met dit succes, wist hij door een aantal vurige redevoeringen de emoties tegen Wesselman op te zwepen en op 29 juni trok hij aan het hoofd van bijna 500 mensen door de straten van Helmond, vastbesloten de heer het visrecht te ontnemen. De stoet eindigde bij een van de stadsgrachten, waar twee visnetten demonstratief in het water werden gegooid. Tegen een dergelijk massaal aptreden waren de autoriteiten niet opgewassen. Onder luid boegeroep en een regen van stenen kozen de schaut er zijn dienaren het hazenpad, terwijl Wesselman zich in zijn kasteel verschanste.
Niet lang daarna deed Wesselman concessies door een drietal katholieken, allen patriots gezind, in het stadsbestuur te benoemen, zodat ook in Helmond het erop begon te lijken dat de Patriotten het begonnen te winnen. Het mocht echter niet zo zijn. In september 1787 kwam het Pruisische leger de Nederlandse stadhouder Willem V, die voor de Patriotten uit Den Haag was gevlucht en tijdelijk in Nijmegen verbleef, te hulp en herstelde overal het oude bewind. Ook uit Helmond vluchtten de Patriotten en werd de oude toestand min of meer hersteld. Wederom was het de katholieken verboden zitting te hebben in het stadsbestuur. Ook de procedure rond het visrecht werd alsnog in het voordeel van Wesselman beslecht. De ontevredenheid was er echter alleen maar groter door geworden.
Dansen om de vrijheidsboom
Het spreekt vanzelf dat er in Helmond met belangstelling gekeken werd naar wat er zich in het zuiden, in Frarkrijk met name, afspeelde. In 1789 brak daar de revolutie uit, die snel radicaler werd en in 1792 het koningsschap afschafte. Vol vuur verklaarden de Franse revolutionairen de oorlog aan de Europese "tiranen" om daarmee hun idealen te verbreiden. Op 1 februari 1793 werd ook dw Republiek der Verenigde Nederlanden bij de oorlog betrokken. Veertien dagen later waren de Franse troepen in Helmond en op donderdag 21 februari dansten de Helmonders al om een inderhaast op de Markt opgerichte vrijheidsboom. Boven in de boom prijkte de rode muts als symbool van de Franse revolutie en van de vrijheid.
Bevrijding
Het revolutianaire feest duurde maar kort. In maart moesten de Fransen zich terugtrekken, maar het jaar daarop kwamen ze terug en nu met blijvend succes.
In oktober 1794 werd ‘s-Hertogenbosch belegerd en door de Franse generaal Pichegru veroverd In een snel tempo werd heel Noord-Brabant bezet en in janruari trekken de Franse legers over de bevroren rivieren naar het noorden.
De stadhouderlijke familie vluchtte naar Engeland en daarmee was dan de Pepubliek "bevrijd". Overal namen plaatselijke revelutionaire comite's het bestuur over en proclameerden de Bataafse Republiek, genoemd naar het oude volk van de Bataven die ten tijde van de Romeinen in Nederland hadden gewoond en tegen de Romeinen hadden gevochten voor hun vrijheid.
Energieke ondernemers
In Helmond werd op 23 april 1795 een nieuw stadsbestuur gekozen. zonder een protestant er in. Een nieuwe periode begon die grote veranderingen zou brengen.
Zo werden in 1798 de gilden afgeschaft en in hetzelfde jaar ook de heerlijke rechten, zeer ten nadele van de heer.
Belangrijker was dat de veranderde politieke omstandigheden de Helmondse ondernemers nieuwe kansen bleken te geven.
Vanuit Haarlem kwamen weinig of geen opdrachten meer zodat de Helmonders zelf moesten uitzien naar werk. Verschillende van hen werden toen ondernemer of "fabrikeur". Helmond met zijn goeddkope arbeidskrachten bleek aantrekkingskracht te bezitten voor energieke ondernemers van buiten Helmond, zoals Henricus Raymakers die zich vanuit Bakel in Helmond vestigde, Johannes Diddens, een kleermaker uit Nederweert, Antonie Ramaer die belastingontvanger was, maar wiens zoon zich met het fabriceren van textiel ging bezig houden, het duo Prinzen en Sutorius die uit Duitsland kwamen en Pieter Fentener van Vlissingen uit Amsterdam. Deze en nog vele andere ondernemers legden mede de grondslag voor een nieuwe zelfstandige Helmondse textielindustrie.
Onstuimige groei
Na de dramatische gebeurtenissen in 1813 en 1815, toen de Franse keizer Napoleon zijn grote nederlagen leed in achtereenvolgens Leipzig en Waterloo, begon in Nederland en daarmee ook in Helmond wederom een nieuwe periede. Nederland werd een koninkrijk, tot 1830 samen met België. De zoon van de in 1795 gevluchte stadhouder werd koning. Als Willem I voerde deze een krachtig, zij het autoritair bewind Om de handel en nijverheid te bevorderen richtte de koning onder andere de Nederlandse Handelmaatschappij (NHM) op voor de handel met Nederlands Indië en liet hij overal in het koninkrijk wegen en kanalen aanleggen.
Zuid-Willemsvaart
Van die nieuwe situatie wisten na verloop van tijd de Helmondse fabrikanten te profiteren. Zo kregen zij, te beginnen met de firma's Raymakers en Ramaer en W. Prinzen in 1836, steeds vaker opdrachten van de NHM. Ook betekende de in 1826 aangelegde Zuid-Willemsvaart natuurlijk een enorme verbetering voor de bereikbaarheid van het voordien afgelegen Peelstadje. Het kanaal werd daardoor van zeer grote, zo niet doorslaggevende betekenis voor de ontwikkeling van de industrie. Veel fabrieken werden dan ook aan of anders bij de ZuidWillemsvaart gebouwd.
Toch stond de Helmondse industrie in veel opzichten nog maar in de kinderschoenen. Organisatorisch en technisch liep zij achter bij de ontwikkeling in Twente. Hierin kwam verbetering toen in het midden van de negentiende eeuw een aantal energieke ondernemers, veelal van protestantse huize, het roer overnamen. In snel tempo verdween in Helmond de oude huisnijverheid en ontstonden er moderne bedrijven waar circa 1870 ook de stoommachine zijn intrede deed. Hierdoor en doordat geprofiteerd kon worden van de in 1866 geopende spoorlijn Eindhoven - Helmond - Venlo, concentreerde de textielindustrie in Zuidoost Brabant zich meer en meer in Helmond. Overigens bleef het niet bij textiel. Ook de metaalnijverheid (Van Thiel, Begemann) deed het goed en verder bezat Helmond nog een cacaofabriek, enkele margarinefabrieken, en het levensmiddelenbedrijf EDAH.
Tegenstellingen
Natuurlijk had de onstuimige groei van de industrie enkele lelijke keerzijden. Zo kwam de stad vol fabrieken te staan, afgewisseld met veelal kleine arbeidershuisjes. Tot aan de jaren zestig van deze eeuw heeft dit Helmond een wat grauw, armoedig aanzien gegeven. Daarbij kwam dat de textiel en metaalindustrie typisch bedrijfstakken waren die het van lage loonkosten moesten hebben om de concurrontie vol te houden. Ook waren ze zeer conjunctuurgevoelig, zodat in tijden dat het wat minder ging tallozen ontslagen werden. Ook waren de lonen die in Helmond uitbetaald werden, vaak duidelijk lager dan het landelijk gemiddelde. De tegenstelling met de rijkdom van de fabrikanten was daarbij opvallend groot. De laatsten woonden in de regel ver van hun personeel in kapitale villa's, gescheiden van de rest van de stad door de Zuid-Willemsvaart. Een goed voorbeeld daarvan was het bekende Pea-park, een villa in Franse kasteelstijl, gebouwd door de textielfabrikant Piet de Wit voor zijn vrouw Anna. Ondanks deze opvallende tegenstellingen zijn er pas laat arbeidsorganisaties in Helmond ontstaan. Oorzaken daarvoor waren het gebrek aan geschoolde voontrekkers onder de arbeiders en de grote sociale controlo door de katholieke geestelijkheid. Deze geestelijkheid, vaak verwant met de fabrikantenfamilies, was in het algemeen conservatief en koos bij dreigende arbeidsconflicten in de regel de zijde van de ondernemers. Pas in 1896 werd in Helmond een afdeling van de RK Werkliedenvereniging opgericht, die gesteund door de geestelijkheid een zaal voor haar activiteiten bouwde. Deze zaal werd in 1916 aangekocht door het RK Consultatiebureau van de capucijner pater Ildofonsus die in Helmond de strijd had aangebonden tegen het drankmisbruik in arbeiderskringen. De zaal kreeg de toepasselijke naam "Sobriëtas" (latijn voor nuchterheid). In 1902 werd verder de eeste textielarbeidersbond opgericht, later gevolgd door nog zo'n twaalftal vakverenigingen, allemaal onder controle van een geestelijk adviseur.
Het moderne Helmond
Ook in de 20e eeuw bleef de economische situatie op en neer gaan. De jaren dertig vormden hierbij een dieptepunt. De ene fabriek na de andere moest arbeiders ontslaan, sommige moesten zolfs sluiten. Pas rond 1938 verbeterde de situatie, maar niouwe donderwolken pakten zich samen. De internationale situatie verslechterde steeds meer. Op 1 september 1939 verklaarde de Duitse Fuhrer Adolf Hitler de oorlog aan Polen en trok het land binnen. Op 10 mei 1940 gebeurde hetzelfde in Nederland, België. Luxemburg en Frankrijk. Op 11 mei trokken de Duitsers via de Molenstraat, Bakelse Dijk en Heistraat ook Helmond binnen. Daarmee begon de Duitse bezetting die tot de bevrijding op 24 en 25 september 1944 zou duren. Burgemeester Moons moest in 1943 het veld ruimen toen hij bleef weigeren mee te werken met de Duitsers aan het opsporen van de Helmonders die zich onttrokken aan de arbeidsplicht voor Duitsland. Hij werd toen vervangen door een NSB-burgemeester.
De bevrijding kwam, nadat eerst de brug aan de Veestraat was opgeblazen. Engelse tanks reden over de Mierloseweg de stad binnen, voorlopig tot aan het kanaal. De zondag daarop vielen nog enkele schoten, maar pas op maandag 25 september was de volledige bevrijding een feit en kwam burgemeester Moons weer in zijn stad.
Aanleg Traverse
In de naoologse periode zijn een aantal gebeurtenissen aan te wijzen die het lot van de stad zeer hebben bepaald. Het eerste is de aanleg van de Traverse geweest, dwars door de stad over de Zuid Willemsvaart. Omwille van een vaste oeververbinding moest onder andere een gedoelte van het stadspark rond het kasteel en het poortgebouw opgeofferd worden. De plannen, daterend uit 1951, vormden tenslotte de inzet van de gemeenteraadsverkiezingen in 1953. Een viertal ventegenwoordigers van de zogenaamde antiluchtbruggroep kwam zelfs in de gemeenteraad. Ondanks veel verzet werden de plannen, zij het op het nippertje, aangenomen en ging de bouw door.
Annexatie
Een tweede thema dat de gemoederen zeer heeft bezig gehouden, waren de reeds uit 1919 daterende annexatieplannen die Helmond ruimte moesten geven om zich uit te breiden. Ook hier fel verzet, nu van de betrokken buurgemeenten die alle zeilen bijzetten om dat te vermijden. Toch werd de annexatie per 1 januari 1968 een feit. Delen van Aarle-Rixtel, Bakel, Deurne, Mierlo, Someren en Stiphout werden aan Helmond toegevoegd. Helmond kreeg er in een klap meer dan tienduizond inwonors bij en kwam van 47.277 op 57.443
inwoners.
In de lift
Helmond zat weer in de lift. Nieuwe bedrijven konden worden aangetrokken en er werd - wellicht wat voorbarig - begonnen met een omleiding van de Zuid Willemsvaart en niet te vergeten met een complete stadsvernieuwing. Architect Piet Blom werd beroemd om de "paalwoningen" die hij in Helmond bouwde als voorbereiding op het nieuwe culturele centrum "'t Speelhuis". Op het einde van de jaren zestig, toen de textiel- en metaalindustrie ineenstortten, kwam de stad opnieuw in problemen. Daarom werd Helmond in 1976 aangewezen als groeistad, waarbij de taak werd toebedeeld in de jaren 1980 - 1990 niet minder dan tien tot vijftienduizend woningen te bouwen en de daarbij horende problematieken zoals stadsvorniouwing, werkgelegenheid, kanaalomleiding, sociale structuur in hun onderlinge samenhang tot een oplossing te brengen. Als gevolg hiervan zijn compleet niouwe stadsdelen in Rijpelberg, Brouwhuis en 't Hout verrezen.
Dit gehele schrijven is samen stelling uit een door de gemeente Helmond uitgegeven folder over de geschiedenis van Helmond, teksten zijn van Henk Roosenboom archivaris gemeente Helmond.