Liessel
In de 1312 wordt de naam Liessel gebruikt in de geschriften: 1326 Het Hubertusgild dateerd van 1331. Liessel is op een kleine zand rug, midden in de uitgestrekte heide en veengebieden, ontstaan. Voor het voortbestaan van liessel is mede het feit dat het lag aan een drukke doorgaande route (Deurne Meijel) verantwoordelijk: het grensverkeer tussen Brabant en Gelre in vroegere tijden maakte veelvuldig van deze doorgaande weg door de peel gebruik. Even ten zuiden van Liessel liet Karel V in 1516 het Blockhuys waarover reeds in de stadsrekeningen van Dn Bosch van 1509 en 1510 werd gesproken, versterken. Everard van Doerne was in 1516 heer van Liessel. Het blockhuys van Liessel moest dienst gaan doen als versterking tegen plunderaars en troepe uit Gelre die regelmatig Brabant binnen vielen door over de smalle acces van Meijel die naar Deurne Brabant leidde. In 1525/26 financieert Karel V een aanpassing van het gebouw aan de eisen van de tijd. Toch raakt de vesting in de volgende eeuwen in verval: in 1768 wordt het gebouw in gebruik genomen als boerderij. In onze tijdherinnert slechts de naam van de straat aan het "Blockhuys tot Liessel". Ook in Liessel bouwde de katholieken in 1672 een schuilkerk die in 1704 opnieuw werd opgetrokken op de plaats waar nu de pastorie staat, hoofdstraat 64. In 1831 werd de middeleeuwse kapel gesloopt en bouwde men op de plek waar nu gemeenschapshuis De Kastanje staat een Waterstaatskerk . Deze deed dienst van 1832 tot 1903. De oude muur om kerk en kerkhof kan men nog zien bij de Kastanje. De huidige kerk dateerd van 1901. Opgemerkt dient nog te worden dat Liessel in 1851 een zelfstandige parochie werd (toen nog samen met Neerkant). Bestuurlijk gezien werd Liessel tot Januari 1926 in een adem genoemd met Deurne. De gemeenten Deurne kregen op het moment van samenvoegen met de gemeente Vlierden een andere naam: de gemeente Deurne. In pais en vree leefde Liessel niet altijd met Deurne: aan het einde van de 17e eeuw vormde Liessel een afzonderlijke heerlijkheid.
En nog in 1876 deden meerdere inwoners van Liessel, uit ontevredenheid over de gebrekkige voorzieningen die onder de verantwoordelijkheid vielen van de centrum gemeente, pogingen om zelfstandig te worden. Ondanks de steun van Jan van de Griendt mislukte dit streven. In de decenia die volgden werden de oostelijk gelegen woeste gronden ontgonnen, waarop vele boerderijen gebouwd werden. Bovendien bracht de gemeentelijke veen exploitatie met zich mee, dat de infrastructuur verbeterd werd. Tussen 1900 en 1915 werd ook het centrum uitgebreid met een school , schoolmeesterswoning en diverse huizen. De tweede wereloorlog bracht verwoesting met zich mee. Liessel heeft zich echter goed hersteld van de grote schade.
Bron: VVV Stichting Promotion Deurne.